Geschiedenis

Algemeen

Karatedo is ontstaan op Okinawa, een klein eiland tussen China en Japan. Tijdens de 11de eeuw ontwikkelden de bewoners van dit eiland hun eigen gevechtssysteem, onder invloeden van Chinese en andere Oosterse gevechtskunsten. In de 17de eeuw werd Okinawa bezet door Japan. Wapendracht werd verboden, waardoor de inwoners zichzelf moesten verdedigen met de blote hand. Karate werd in alle geheim en in familieverband ontwikkeld en beoefend. Karatedo bestaat uit verschillende deelwoorden :
Kara :    leeg
Te :     hand
Do :    weg
Dit geeft ons dus een mogelijke vertaling : ‘de weg van de lege hand’.

Afhankelijk van de streek op Okinawa ontstonden eerst verschillende stijlen van Okinawa-te (hand van Okinawa) zoals Naha-te, Tomari-te, Shuri-te.
Uit deze primaire stijlen zijn de uiteindelijke karate-stijlen ontstaan zoals we kennen : Shotokan, Goju Ryu, Wado Ryu, Shito Ryu.
Binnen het Goju Ryu zijn er verschillende strekkingen (net zoals bij de andere stijlen),waaronder de twee belangrijkste ‘hoofdstromingen’ Okinawa Goju Ryu enerzijds en Zen Nippon Goju Ryu anderzijds.
De karatestijl die beoefend wordt binnen onze organisatie is Zen Nippon Goju Ryu (Japanse Goju Ryu, meer bepaald Yamaguchi-ha Goju Ryu). Deze karatestijl wordt vaak verkort Gojukai genoemd. Alsof dit alles nog niet ingewikkeld genoeg is, hebben wordt er ook gesproken van verschillende stijl-strekkingen, afhankelijk van de grootmeester (Kaicho) die men als voorbeeld en ‘leider’ beschouwt.

Goju-Ryu Karate-do

De eerste man die we terugvinden in de geschiedenis van het Goju Ryu karatedo is de man genaamd Kanryo Higaonna, bekend als de “Fist Saint of Naha”. We vinden op Okinawa in de streek Naha reeds gevechtsporten sinds de jaren 1850. Kanryo Higaonna werd geboren op 3 maart 1853 tijdens de bezetting van Okinawa door de Japanse Satsuma Klan. Volgens recente studies van Iken Tokashiki, President van de Okinawa Goju Ryu Tomarite Karate do Kyokai, werd Kanryo Higaonna geboren in het Nishimura-gedeelte van Naha-stad als de vierde zoon van Kanryo Higaonna, reeds de tiende generatie van de Higaonna familie in Haru.
Kanryo Higaonna bezocht Fuchou, China, rond 1877 en verbleef er 3 jaar. Andere bronnen vermelden dat hij in 1873 aankwam en er zelfs 15 jaar verbleef. Sommige gevechtsporten-historici beweren dat zijn verblijf aldaar was met de bedoeling om de Chinese gevechtskunsten aan te leren. Higaonna beoefende inderdaad de zuidelijke Shaolin Chun vorm, tijdens zijn verblijf aldaar. Desondanks vermelden andere historici dat zijn verblijf eerst en vooral om politieke redenen zou geweest zijn.
Er wordt dus beweerd dat Higaonna 3 jaar verbleef in China. Tijdens zijn verblijf leefde hij van het maken en verkopen van bamboe-materiaal. Op die manier had hij dus de mogelijkheid om Chinese vechtkunsten aan te leren. Volgens  Reikichi Ohya, was Higaonna een van de leerlingen van Wei Shinzan. Wei was op zijn beurt leerling van Leu Luko welke  Higaona ook het zogenaamde Fukien Crane Chang aanleerde. Fukien Crane was een kombinatie van White Crane of South Shaolin Chang en Four Ancestor Chang.
In China vond men twee tegengestelde vormen van Chang (vertaald : vuist). De ene was de Harde of externe vorm, de andere was de zachte of interne vorm. De harde, externe  vorm vertegenwoordigde de Zen Boeddhistische school zoals de vormen van Shaolin Chun, de zachte, interne vertegenwoordigde Yee Chuen, Pai Kua Chang, en Tai Chi Chuen.
De Chinese gevechtskunst die door Kanryo Higaonna werd bestudeerd bij Wei Shinzan en Leu Luko was ook bekend onder de naam Pan Gainoon, met als letterlijke vertaling “de ene helft is hard en de andere helft is zacht”. Kata die tegenwoordig nog steeds beoefend worden in de Goju-Ryu school zoals Sanchin, Sanseiru, Suparimpei vinden elk hun oorsprong bij het Pan Gainoon
Voordat Higaonna vertrok naar China beoefende hij Naha-te bij Seiso Aragaki (1840-1920) van Kume. Aragaki was zeer bekend op Okinawa met zijn geliefde Kata Sesan.In tegenstelling tot Shuri-te, vertegenwoordigt Naha-te nieuwe Chinese vormen van de provincie. Na zijn terugkeer uit China, vervolledigde Higaonna het Naha-te met de hem aangeleerde Chinese gevechtskunst, en werd het To-te of Chinese Hand genoemd.
Vanaf september 1902, begon Shojun Miyagi gedurende drie jaar met het beoefenen van Naha-te onder Kanryo Higaonna. Hij was toen 14 jaar. Op Okinawa eindigen veel familienamen met Gi, wat betekent “kasteel”. Op Okinawa, werd dat woord eigenlijk uitgesproken als Gusuku, vandaar dat Chojun’s familienaam toen werd uitgesproken als Miyagusuku. Chojun werd geboren op 25 april 1888 te Naha. Chojun kreeg zijn naam op driejarige leeftijd door zijn pleegouders, de familie Miyagi, zo werd zijn naam Chojun Miyagi
Kata Sanchin, de basistraining in het Goju Ryu start met gesloten vuisten, terwijl de meeste Fukien Crane open hand gebruiken. Chojun voegde een kata toe in zijn school en noemde deze Tensho, welke wel gebruik maakt van open handen. Mogelijk wilde Chojun een andere versie van Sanchin invoeren die hij gezien had in China.
Chojun leidde met success zijn school op Okinawa, Goju-Ryu Karate, wat betekent “Hard en zacht vorm” van de Chinese Hand. Het was Jinan Arazato, zijn oudste student, welke de stijl de naam Goju-Ryu gaf. In 1933, in Kyoto, Japan, vertegenwoordigde Arazato Chojun en demonstreerde Chojun’s programma op een gevechtkunst-gala. Japanse martial arts experts stelden hem voor een naam te gebruiken voor de school,  omdat dit zeer gebruikelijk was in Japan. Arazato gebruikte de naam tijdelijk voor die gebeurtenis en rapporteerde Chojun hierover. Chojun stemde toe en maakte de naam Goju-Ryu officieel. Hij was een van de eersten om op Okinawa de naam van de school ook te gebruiken als naam voor de gevechtskunst.
In tegenstelling met Kanryo Higaonna, was Chojun groot en imposant gebouwd. Chojun introduceerde het karate in scholen en organisaties zoals poltiemachten en sportinstituten.

Gogen Yamaguchi werd geboren op 20 januari 1909, in Kagoshima en kreeg de naam  Jitsumi. Reeds als jongeling toonde hij grote interesse voor gevechtskunsten. Hij beoefende  kendo, en startte met  karate bij Mr Maruta. Mr Maruta was een beoefenaar van Goju en verbaasde zich over de ernstige houding van Yamaguchi en zijn wil om hard te trainen. Mr Maruta leerdeYamaguchi alles wat hij wist van het Goju systeem.
Yamaguchi studeerde rechten in de  Kansei universiteit in 1928 en de Ritsumeikan universiteit in Kyoto van 1929 tot. Hij richtte ook zijn eerste karateclub op in de Ritsumeikan Universiteit. De dojo werd vrij snel beroemd en stond bekend voor zijn harde trainingen en veelvuldige ademhalingsoefeningen. Toen beoefenden karateka enkel kata (stijlvormen) en  yakusoku kumite (voorafgesproken partnertraining). Vermits er geen ‘controle’ was op uitgeoefende technieken was het ook onmogelijk om de aangeleerde technieken op een vrije manier in te oefenen met partner. Yamaguchi ontwikkelde de eerste stappen naar jyu kumite (vrije gevecht) en stelde regels op om te beslissen wie de winnaar is van een partij jyu kumite. Sommige van deze regels zijn nog steeds in voege bij het hedendaagse competitie-karate, Shiai kumite.
In 1931, werd Gogen Yamaguchi (op 22 jarige leeftijd) voorgesteld bij de stichter van het Goju Ryu, Grootmeester Chojun Miyagi. Deze ontmoeting bleek een zeer grote indruk gemaakt te hebben opYamaguchi’s totaalbeeld over karate. Hij had tot dan toe enkel het harde van Goju beoefend, maar nu nam hij zich voor om ook het geestelijke ervan in te oefenen. Meester Miyagi had ook een goede indruk vanYamaguchi welke blijkbaar het harde aspect van Goju zeer goed meester was. In 1937 gaf Miyagi hem de bijnaam Gogen, welke betekent `taai’. Hij stelde Gogen Yamaguchi aan als zijn opvolger van de Goju school in Japan.
Tijdens de daarop volgende jaren was Gogen Yamaguchi zeer vaak op de berg Kurama, waar hij zich bezig hield met harde training, Sanchin, meditatie en vasten.
Tussen 1938-1945 moest hij naar Manchoerije. Het feit dat hij deze periode overleefde had hij dikwijls te danken aan zijn harde trainingen. Tijdens de oorlog Japan-Rusland werd Yamaguchi oorlogsgevangene en stuurde men hem twee jaar lang naar een gevangenen-kamp in Mongolië. Al die jaren bleef hij het Goju-karate trainen en verder ontwikkelen.
In 1950, richtte hij de All Japan Karate do Goju kai (J.K.G.A.) op in Tokyo, Japan. Gogen ontving de 10de DAN van Chojun Miyagi in 1951. Hij werd en wordt nog steeds erkend als een van de grootste karate grootmeesters in Japan. Hij was de stichter van wat men het moderne karate kan noemen.
De invoering van free-style sparring, maakte karate populair in Japan en ook de rest van de wereld. Ondanks het feit dat hij martial arts bestudeerde zoals Judo, Kendo, Iaido, Jo-do, en Kusari-gama, had karate van bij het begin zijn voorkeur.
Onder zijn leiding kwam de International Karate do Goju kai Association I.K.G.A. (kai=organisatie) tot stand in 1965. Deze organisatie groeit nog steeds in Japan en andere Aziatische en westerse landen. Vandaag zijn er meer dan 40 landen waar Goju kai karatedo wordt onderwezen. Yamaguchi verenigde alle karate scholen in Japan, wat resulteerde in de oprichting van de Federation of All Japan Karate do Organization F.A.J.K.O., nu gekend als All Japan Karatedo Federation J.K.F. in 1964. Hij voegde de Taikyoku Kata vormen toe aan het Goju Ryu, met als bedoeling de leerlingen voor te bereiden op de moeilijkere katavormen.
Hij combineerde ook Yoga en Shinto met Goju kai karate en richtte het Goju-Shinto op. Volgens hem zullen we door een goede ademhaling en concentratie pas in staat zijn om de essentie van de gevechtskunsten te begrijpen. Dat is ook de reden waarom in Goju scholen ademhalingstrainingen (ibuki) worden gegeven.
Wereldberoemd werd hij onder de bijnaam ‘de kat’ door zijn sierlijke en snelle bewegingen en ook door zijn geliefde gevechtstand neko ashi dachi (kattenstand). Hij werd in 1969 door Keizer Hirohito gehonoreerd met Ranju-Hosho “the Blue Ribbon Medal”.
De Kokusai Budo Renmei – De Internationale Martial Arts Federatie in Japan, waarvan Prins Higashikuni een bestuurslid is heeft Yamaguchi ook de titel Shihan (grootmeester) toegekend voor de karate-afdeling van haar organisatie. Gogen Yamaguchi, 10de dan, kan echt als de laatste karatelegende genoemd worden. EenYoga meester en Shinto priester, een man die waarlijk beide aspecten van go en ju verenigde.
Goshi Yamaguchi werd geboren in Shinjing, Manchoerije, op 28 september 1942, als de 3de zoon van Shomen Kaiso (stichter) Gogen Yamaguchi. In 1951, begon hij met het beoefenen van karatedo op achtjarige leeftijd, in de  Senzoku Dojo in Asakusa. Hij ontving de 1ste dan in 1957 and de 2de dan in 1959. In 1962 werd hij 3de dan en Instructor.
In 1963 ging hij naar de Nihon University. Als student kreeg hij de mogelijkheid een jaar lang karateles te geven in een Amerikaanse dojo. Wanneer hij terugkeerde naar Japan begon hij in verscheidene Goju ryu dojo te onderwijzen. In 1969 beëindigde hij met succes zijn universitaire studies en werd een “full time” Shihan in de honbu dojo om het Goju ryu Karate do verder te promoten en ontwikkelen. Hij bezocht en onderwees in meer dan 40 landen als een officiële instructor van Goju kai, All Japan Karate do Federation, Tokyo Karate Federation, en als internationaal scheidsrechter.
Nadat Gogen Yamaguchi overleed op 20 mei 1989 werd Goshi Yamaguchi aangewezen als president van All Japan Karate do Goju kai Association, International Karate do Goju kai Association, en Saiko Shihan (allerhoogste grootmeester) voor beide organisaties.